De monetaire, economische en sociale unie in 1990

Op 1 juli 1990 trad de monetaire, economische en sociale unie in werking. Het regelde de invoering van de D-Mark als het enige betaalmiddel, evenals de goedkeuring van de Duitse economische en sociale orde in de DDR en was het eerste staatsverdrag tussen de federale regering en de democratisch gekozen DDR-regering. Op 18 mei 1990 werd in Bonn het contract getekend tussen de ministers van Financiën van de twee Duitse deelstaten. De Bondsdag en de Volkskamer keurden het op 21 juni 1990 met een grote meerderheid goed. Het wordt beschouwd als de eerste formele stap op weg naar de Duitse eenheid.

Een centraal onderdeel van het Staatsverdrag was de invoering van de D-Mark als de enige munteenheid in de DDR. De hoogte van de wisselkoers voor de DDR-mark bleek een bijzonder controversieel punt in de onderhandelingen. Uiteindelijk werd een wisselkoers van één op één vastgesteld voor lonen, salarissen, pensioenen, subsidies, huren en zo meer. Spaargeld is ook één op één omgerekend: voor kinderen onder de vijftien tot 2.000 mark, voor volwassenen onder de zestig tot 4.000 mark en voor ouderen tot 6.000 mark. Alle andere besparingen moesten worden omgezet in een verhouding van twee op één, de speculatief verworven aandelen in het jaar van de eenwording slechts drie op één. Voor financiële vorderingen en schulden gold een twee-op-één tarief.

Via het Staatsverdrag nam de DDR ook de sociale markteconomie over. Ze gaf het systeem van de socialistische planeconomie op en beloofde haar economisch recht aan te passen aan dat van de Bondsrepubliek. Dit betekende de garantie van vrijheid van contract, handel, vestiging, beroep en vereniging, evenals de bescherming van privé-eigendom. Staatsmonopolies zijn opgeheven en subsidies ontmanteld. De aldus vrijgekomen middelen waren bedoeld om de noodzakelijke economische herstructurering te financieren. Een centraal instrument voor de totstandkoming van de economische unie was de Treuhandanstalt, die tot taak had het staatseigendom van de DDR te privatiseren.

Op initiatief van de DDR-regering werd de sociale unie onderdeel van het verdrag. Hiermee werd de federale Duitse sociale orde overgedragen aan de DDR, met uitzondering van enkele overgangsperioden en speciale regelingen. In de DDR werden ook het arbeidsrecht van de Bondsrepubliek, dat gericht is op de sociale markteconomie, en het systeem van sociale zekerheid ingevoerd. Het gestructureerde verzekeringsstelsel (pensioen-, werkloosheids-, ongevallen- en ziektekostenverzekering) van de Bondsrepubliek verving de vroegere uniforme verzekering van de DDR. De West-Duitse wet op de arbeidsbevordering, die maatregelen op het gebied van arbeidsmarktbeleid mogelijk maakte, zou ook in de DDR moeten gelden om de uitdagingen van economische herstructurering het hoofd te bieden.

In de aanloop naar de Volkskammer-verkiezingen op 18 maart 1990 had het federale kabinet van de DDR de oprichting van een monetaire unie tussen de twee Duitse staten voorgesteld. Met de administratie Modrow zijn verkennende gesprekken op expertniveau gevoerd. Na de verkiezingen van maart en de vorming van de regering onder Lothar de Maizière op 12 april 1990, begonnen de onderhandelingen over de tenuitvoerlegging van de monetaire, economische en sociale unie. Oost-Berlijn en Bonn stonden in 1990 onder enorme druk om in te grijpen: in januari 1990 verlieten dagelijks zo’n 2.000 Oost-Duitsers de DDR naar het westen. Na de Volkskammer-verkiezingen op 18 maart van datzelfde jaar waren er nog bijna 5.000 mensen per week.

Voor de Bondsrepubliek Duitsland betekenden de nieuwkomers een aanzienlijke financiële en sociale last. De capaciteiten van de noodopvangcentra raakten snel uitgeput. In de DDR werd de toch al depressieve economie verder gedestabiliseerd door de massale uittocht. De monetaire unie wilde de mensen in de DDR een perspectief geven om in hun thuisland te blijven. Veel burgers eisten niet alleen nationale eenheid, maar ook de rijke D-Mark, met een wisselkoers van één op één. De monetaire, economische en sociale unie had geen historisch voorbeeld. Er was nog nooit een fusie geweest van twee van dergelijke tegengestelde economische systemen. Na meer dan veertig jaar scheiding vormden de twee delen van Duitsland op 1 juli 1990 weer een economische eenheid.

Foto’s: Bundesstiftung Aufarbeitung

Geef een antwoord