Volksheld Imre Nagy verdwijnt langzaam uit het straatbeeld èn het geheugen

Imre Nagy was premier gedurende de Hongaarse Opstand in 1956. Hij werd in 1956 ter dood veroordeeld wegens ‘hoogverraad en samenzwering tegen de volksdemocratie’. Hoewel op deze dag in 1989 door het Hongaarse parlement de doodstraf werd afgeschaft en daarmee Imre Nagy politiek werd gerehabiliteerd, is er steeds minder over deze hervormer te vinden.

Nagy werd in 1958 ter dood veroordeeld. Hij werd samen met generaal Pál Maléter en Miklós Gimes, een journalist opgehangen in de tuin van de gevangenis. Hun lichamen werden begraven met het gezicht naar beneden, gewikkeld in teerpapier en hun handen bijeen gebonden, in een primitieve doodskist. De doodskisten bleven daar begraven tot 1961 toen ze verplaatst werden naar de Kozma-straatbegraafplaats. Het lichaam van Imre Nagy werd begraven onder de valse naam Piroska Borbíró.

Premier Nagy werd opgevolgd door János Kádár, die de Russen goed gezind was. Onder diens regime werd de Hongaarse opstand verzwegen. Kádár kwam in 1988 ten val en hervormingsgezinde communisten kwamen aan de macht. Onder hun bewind werd de Hongaarse opstand weer bespreekbaar. Op 6 juli 1989 maakte het Hongaarse Hooggerechtshof de volledige rehabilitatie van Imre Nagy en andere helden van 1956 bekend. Ironisch is dat op diezelfde dag János Kádár overleed. Op de dag af 31 jaar na zijn dood, op 16 juni, werden Nagy, Máleter en nog vier andere ‘martelaren van de revolutie van 1956’ herbegraven. 250.000 mensen woonden deze plechtigheid bij, en nog veel meer volgden het op de televisie.

Hoewel het een belangrijk stuk geschiedenis voor Hongarije is, is hier steeds minder van te zien. Nagy werd het symbool van het nieuwe, vrije Hongarije en kreeg een standbeeld in Boedapest. Dat is enkele jaren geleden uit het straatbeeld verdwenen. Het standbeeld stond tegenover het parlement op het Kossuth-plein.

Tegenwoordig ligt Nagy moeilijk in regeringskringen. Hij was communist en dat telt zwaarder dan de hervormingsgezinde rol die hem zijn leven kostte. Dat hervormingsgezinde communisten bij de opstand een belangrijke rol speelden is iets dat rechtse Hongaarse historici en politici liever vergeten. Ze stellen 1956 graag voor als een puur anti-communistische beweging.

Op Nagy’s plekje werd een monument herbouwd dat midden jaren dertig door Hitlers bondgenoot Miklós Horthy werd onthuld om de kleine 500 slachtoffers van de kortstondige communistische Hongaarse radenrepubliek van 1919 te herdenken. Toeristen maakten niet meer massaal selfies met deze dramatische kolos.

Geef een antwoord