Hoe Volkswagen de auto-industrie in de DDR moest redden

In 1984 bespraken bestuursleden van Volkswagen de samenwerking met vertegenwoordigers van de DDR-economie. Maar het project werd een investeringsgat. Toen de eerste motor in het Oosten werd geproduceerd, was de DDR bijna geschiedenis.

Het feit dat westerse limousines bij het Palasthotel in Oost-Berlijn stopten, was niets ongewoons. Het luxe hotel was ontworpen als contactpunt tussen Oost en West. De staatsveiligheid van de DDR hield toezicht en luisterde mee.

En zo kwamen daar op de avond van 30 januari 1984 negen mannen samen, waaronder twee bestuursleden van Volkswagen AG en drie algemeen directeuren van grote DDR-bedrijven. De onderhandelingen begonnen om 22.00 uur en eindigden de volgende dag om half één in de ochtend. Het ging over niets minder dan de herstructurering van de auto-industrie in de DDR.

De autoproductie in de DDR hield nooit stand
Omdat de DDR niet eens in de buurt kwam van de productie van voldoende auto’s voor de eigen markt. De economisch historicus Reinhold Bauer noemt de ordertijden ’14 jaar en meer’. De DDR-automerken Trabant en Wartburg waren qua techniek, comfort en design volledig verouderd. Gezien het tekort aan olie-import uit de Sovjet-Unie werd het hoge brandstofverbruik van tweetaktmotoren een urgent probleem.
Al in juni 1982 bood VW-baas Carl Hahn minister van Buitenlandse Handel van de DDR, Gerhard Beil, een fabriek voor gebruikte VW-motoren aan. De DDR zou moderne motoren kunnen produceren zoals die in de West-Duitse Polo. Hahn zei dat de DDR een aanzienlijke omzet in Duitse marken zou kunnen genereren door motoren aan Volkswagen te leveren.

Vreemde valuta uitgeven of zelf ontwikkelen?
De strikt vertrouwelijke gesprekken sleepten zich voort. Aan de ene kant was een aankoop ter waarde van enkele honderden miljoenen Duitse marken een afschrikmiddel voor de DDR, die een zwakke munt had. Aan de andere kant was er in de DDR nog steeds hoop dat ze zelf een moderne motor konden ontwikkelen. Maar na veel overleg en experimenten beseften de planeconomiecomités van de DDR dat ook dit duur en riskant zou zijn.

Tijdens de nachtelijke bijeenkomst van 30 op 31 januari 1984 kwamen VW en de DDR in principe overeen: fabriek tegen motorlevering. VW CFO Rolf Selowsky had een bod van Deutsche Bank ingediend voor tussentijdse financiering. Na verdere zware onderhandelingen over de details werden de contracten op 12 november 1984 in Oost-Berlijn ondertekend. VW dekte de entertainmentkosten: 9.958,75 Duitse mark, “die contant moet worden afgeleverd”, aldus een intern VW-briefje.

Overbelaste planeconomie
Het opzetten van de productie in de DDR was vol hindernissen. Tegen het advies van VW in werd de gereviseerde oude fabriek verdeeld: de productie van cilinderkoppen ging naar de IFA-autofabriek in Eisenach, de rest naar ‘Barkas’ in Karl-Marx-Stadt (Chemnitz). Tijdens de onderhandelingen bleef de DDR de reikwijdte van haar activiteiten verkleinen vanwege een gebrek aan deviezen. Er waren talloze leveranciersonderdelen van DDR-bedrijven nodig. Er was een gebrek aan geschikte machines, kennis en ervaring. In sommige gevallen werd 90 procent schroot geproduceerd.

Het centrale planmatige beheer van de DDR-economie, dat verspreid was over de SED-staatspartij, commissies en talrijke ministeries, bleek overweldigd te zijn. De fragmentatie van de DDR-industrie blokkeerde ook oplossingen. “In totaal zullen er 142 investeringsprojecten worden uitgevoerd in de bedrijven en combinaties van de tien betrokken ministeries”, meldde de Staatsveiligheid in 1986. In de zomer van 1988 verklaarde de economische afdeling van de geheime dienst: “De cilinderkop alleen al bestaat uit 67 afzonderlijke onderdelen die in 60 bedrijven worden vervaardigd.”

Bodemloze put voor de DDR
Het project werd een investeringsgat. In een ongedateerde ‘informatie’ van de staatsveiligheidsdienst eind 1986 werd gezegd dat er nu in plaats van zes miljard DDR-mark tien miljard investeringen werden verwacht. De vraag naar Duitse marken voor de motorenfabriek, andere machines en westerse leveranciers steeg van 835 miljoen naar 2,1 miljard.

Eind 1988 kwam de Wartburg met een nieuwe motor op de DDR-markt. Een jaar later werd de eerste DDR-motor aan Volkswagen geleverd. Het centrale orgaan van de SED ‘Neues Deutschland’ berichtte op pagina één. De grens van de DDR met het Westen was al vier weken open en de dagen van de DDR waren geteld.

Een waardevolle onderneming voor VW
Voor Volkswagen was dit een uitstekende deal. Met eigen kosten van 280 miljoen D-Marks werd de DDR 364 miljoen aangerekend. Zelfs met een voorziening van tien miljoen voor toekomstige risico’s behaalde VW een winstmarge van ruim 20 procent, zo blijkt uit een notitie voor VW-bestuurslid Horst Münzner uit september 1988. Vier jaar later nam Volkswagen de motorenfabriek in Chemnitz over van de DDR via het liquidatiebedrijf ‘Treuhand’ voor haar nieuwe fabriek in Saksen.

Foto: Andreas Praefcke

Geef een reactie