Hereniging heeft ook keerzijde voor Dresden

Net als voor veel andere Oost-Duitse steden heeft de val van de Muur veel veranderd voor Dresden. Op allerlei vlakken, van architectonisch tot economisch vlak. Ook de mentaliteit van de mensen lijkt veranderd. Natuurlijk heeft de hereniging veel goeds gebracht, maar het had ook zo zijn keerzijde.

Overal in Dresden zijn nog dingen te vinden die aan de DDR-tijd herinneren. Alleen al als je naar het straatbeeld kijkt. Regelmatig rijden er oude Trabantjes langs. Dit is niet alleen een teken dat we in een oude DDR-stad zijn. Het laat ook zien dat er nog steeds een deel van de bevolking is dat geen geld heeft voor een nieuwere auto.

Ook de gebouwen vallen op. Er is nog veel zogeheten ‘Plattenbau’ te vinden. Lelijke Oost-Duitse flats dus. De gemeente werkt er hard aan om deze flats te restaureren, en voor een gedeelte is dat al gebeurd. De nieuwe kleurtjes maken het straatbeeld een stuk vrolijker.

Typerend is dat er zelfs tegen het einde van de DDR-tijd nog ‘Plattenbau’ werd neergezet. Een laatste sparteling van een regime, dat zijn einde zag aankomen, om maar herinnerd te blijven? Wie weet, in ieder geval blijft het ons herinneren aan de DDR.

Gelukkig dus, dat de gemeente die ‘Plattenbau’ restaureert. Toch lijkt de gemeente soms ver te gaan in zijn doel om de lelijke smaak uit de DDR te verdoezelen, op te vrolijken. Zo stond er in de DDR-tijd een monument voor het Rode Leger op het Albertplatz. Dit, natuurlijk, om de bevolking te herinneren aan de offers die het Rode Leger en dus de Sovjet Unie bracht voor de bevrijding van Nazi-Duitsland. Wat mij betreft volstrekt legitiem, wij hebben toch ook het monument op de Dam in Amsterdam?

Na de hereniging heeft de gemeente dit monument echter verplaatst naar het Militärhistorisches Museum. Mijns inziens volstrekt onnodig. Een klein smetje dan op het blazoen van de stedenbouwkundige tak van de huidige gemeente.

Na de hereninging stegen de prijzen immens. Een tijdje was de inflatie heel hoog. Zo is de prijs van een enkeltje met de S-bahn (tram) erg hoog vergeleken met vroeger. Voor de hereniging kostte een hele dag met de tram, dé manier van transport in Dresden, 10 pfenning (van de Ostmark). Nu kost een enkeltje €1,90. En dit is maar een fractie van de stijgende prijzen. Zo was wonen vroeger ook veel goedkoper. Goed, dan woonde je wel in zo een lelijke DDR-flat, maar je had wel een woning.

Ook werd er voor de kinderen gezorgd, de kinderopvang was perfect. Tuurlijk was er in de DDR minder vrijheid, maar stiekem heeft menig Dresdenaar wel een beetje heimwee naar de DDR.

In de DDR was er ook hoge arbeidsproductiviteit. Veel gebouwen werden in ‘no time’ uit de grond gestampt. Om te herinneren aan de hardwerkende arbeider is er een monument aan de Jorge-Gomondai-Platz (over die naam later meer). Het stadswapen van Dresden is omgedraaid en de Dresdener leeuw heeft een schepje in zijn hand, om de arbeider te symboliseren.

De hereniging bracht ook niet-economische problemen met zich mee. Rassenhaat tierde welig. Zo is er in 1991 een jongen uit Mozambique, Jorge Gomondai, vermoord. De gemeente legde een monument voor hem neer. Dat werd een aantal keer vernield door neonazi’s. Heel triest. Gelukkig is er nu minder openlijke vijandigheid. Maar neonazi’s blijf je houden, waar ook ter wereld. Helaas dus ook in Dresden.

Toch zou ik niet willen zeggen dat de val van de Muur slecht heeft uitgepakt voor Dresden. Natuurlijk niet zelfs. Veel Amerikaanse bedrijven hebben zich in Dresden gevestigd, waardoor er meer werkgelegenheid is en de weggevallen banen weer worden opgevuld.

Oude gebouwen werden weer fatsoenlijk gerestaureerd, en de mensen zijn veel vrijer. Opvallend in dit geheel is dat de leiding van de stad toch weer uit West-Duitsland komt. Maar, Dresden doet het goed: 500.000 inwoners en de stad blijf groeien. De toekomst ziet er dus rooskleuriger uit dan het verleden. En dat is een goed iets.

Geef een antwoord