De Stasi wist alles van de liefde van Lex uit Apeldoorn met Heidrun uit de DDR

Het is 9 november 1989 en de tranen rollen over haar wangen. “Ik slikte mijn gemoed weg. Maar nu houd ik het ook niet meer.” Heidrun uit de DDR en Lex uit Apeldoorn die kort hiervoor zijn gaan samenwonen zitten in hun huis in Apeldoorn naast elkaar voor de televisie en zien hoe bij het vorderen van de avond steeds meer en ten slotte drommen mensen de grensovergang Bornholmer Strasse overlopen. Van Oost naar West en andersom. De Berlijnse Muur is gevallen. Als iemand weet wat die grens betekende was zij, waren wij het wel. De euforie spat van het televisiescherm. Oost en West vallen elkaar in de armen en wij doen dat ook.

De grensovergang Bornholmer Strasse lag vlakbij het appartement waar zij tot een paar jaar daarvoor woonde. Zij had alles opgegeven, verliet haar land, haar familie en vrienden, haar baan en geliefde Berlijn voor een leven met mij. Als je de DDR de rug toekeerde, kwam je niet zo snel het land meer in, andersom was nog veel onmogelijker. Sommige vrienden heeft ze sinds de dag dat ze naar Apeldoorn verhuisde niet meer gezien.

De tranen van die avond waren als herinneringen die onophoudelijk over elkaar heen tuimelden. Herinneringen aan verloren vrienden, aan dat hartverscheurende afscheid, aan die tot op de vierkante centimeter volgepakte, krakkemikkige verhuisbus waarmee ze haar naar Apeldoorn reed. Herinneringen aan de enorme vreugde en het verdriet bij hun trouwerij, eerst in het aangezicht van het portret van DDR-staatsraadvoorzitter Erich Honecker, daarna met iedereen die hen dierbaar was in een klein kapelletje van de Oost-Berlijnse katholieke studentengemeente. Aan steeds weer de angst dat ‘ze’ hem geen visum zouden geven om Heidrun te bezoeken. Aan de Oost-Duitse geheime dienst, de Stasi, die vast ook in Heidruns appartement aan de Greifenhagener Strasse afluisterapparatuur plaatste. De herinneringen aan de pastor die op sommige zondagen bij zijn begroeting iedereen welkom heette, ‘ook degene die hier beroepshalve aanwezig was’, zodat je wist dat de Stasi er was.

De Muur zou nooit vallen en nu was het toch zover. De volgende dag pakken ze in en gaan erheen. Ze willen erbij zijn.

Als kind dagdroomde Heidrun dat ze onzichtbaar zou zijn en dan even naar de andere kant van de grens kon gaan, zomaar om te zien hoe het er daar uitzag en dan weer gauw terug want echt weg wilde ze niet, dan zou ze haar vrienden en vriendinnetjes, haar ouders en broer moeten missen.

De DDR kende beslist een verachtelijk bewind dat zijn eigen bevolking opsloot. Maar tegelijk was het haar land, waren het haar vrienden en familie en geloofde ze erin dat je je land van binnenuit beter moet maken. “Ik was anders nooit weggegaan”, zegt ze. “Die ‘anders’ ben ik.”

“Plötzlich ist Holland mehr als nur ein Land… jenseits…” Schreef Heidrun nadat zij Lex had leren kennen. Jenseits, aan de andere kant van de Berlijnse Muur. Alles aan de andere kant was onbereikbaar. Dacht ze heel lang.

Lex en Heidrun ontmoetten elkaar tijdens een zonnige zomervakantie op een camping in Hongarije. Dat rekende zich net als de DDR tot het communistische deel van Europa, daar kon je ook als DDR-burger op vakantie.

Heidrun (toen 26) was met een vriendin onderweg, Lex (toen 23) met een vriend en hun paden kruisten op die camping. Ze verloren elkaar sinds die dag nooit meer uit het oog.

Lex reisde haar met een verliefd hoofd aan het eind van de vakantie achterna – alsof dat zomaar ging. “Ik had nog geen flauw benul van de hardste grens van Europa, maar ontdekte die snel. Oost-Berlijn reed je niet zomaar even binnen, de rest van de DDR al helemaal niet”, zo vertelt Lex.

“Er doemden voor ons onmogelijke obstakels op die je eind jaren 80 van de vorige eeuw nu eenmaal tegenkwam als je je begaf in de schemerzone tussen Oost en West. Zelfs in latere analyses begrepen we nooit helemaal precies waarom wij bij elkaar mochten komen, waarom de Stasi de deur niet dichtgooide. Zij kwam uit Oost-Berlijn. Ik uit Apeldoorn”, zo vervolgt Lex. Heidrun had veel vrienden die banden hadden met dissidenten. Eentje had er een gevangenisstraf opzitten wegens ‘Republikflucht’; hij wilde via Hongarije naar West-Duitsland vluchten maar werd onderweg, nog in de DDR, uit de trein geplukt. Jaren later ontdekte hij dat hij was verraden door een vriend.

Zelf was Heidrun al langer in het vizier van de geheime dienst. Zij weigerde als lerares op een basisschool om leerlingen een kerstgroet te laten tekenen aan de grenssoldaten, want er moest een tank op staan, vond men van hogerhand. “Ik ben katholiek. Dat kan ik niet in overeenstemming brengen met mijn overtuiging”, zei ze. Ze kreeg controles, achterin de klas zat ‘iemand’, ze werd verhoord. ‘Weet u wel wat onze Duitse Democratische Republiek allemaal voor u heeft gedaan?’ En ze nam ontslag.

“Stoer, vond ik toen ze mij dat vertelde. Ook al ging het haar daar natuurlijk niet om”, aldus Lex.

Sindsdien stond ze bij twee Stasi-afdelingen op de radar. “Daar kwamen nog eens vijf afdelingen bij toen zij mij leerde kennen. Ik was toen ook al journalist. Onze verhalen, die van mij en Heidrun, vormden een explosieve mix. Er was geen reden waarom wij buiten schot zouden blijven”, vervolgt Lex. “De communistische machthebbers in de voormalige DDR hadden eenvoudig onze brieven kunnen onderscheppen, telefoontjes blokkeren en mij een inreisvisum tot het land weigeren. Dan was alles over en uit geweest. Maar dat gebeurde niet. Wat was het geheim van ons geluk, wat ging er precies schuil achter die onverwachte mildheid van het Oost-Duitse regime?” vraagt Lex zich anno 2020 af.

“We stuurden al snel op een huwelijk omdat daaraan nogal wat haken en ogen zaten en dus tijd zou kosten. Een ‘Antrag auf Eheschliessung’ moest minimaal een A4’tje omvatten, inclusief een goede reden waarom zij naar Nederland wilde en waarom ik niet naar de DDR kon komen. Een procedure kon gemakkelijk jaren duren. Hoe lang houd je een langeafstandsrelatie vol? Heidrun en ik voerden een strategie van totaal open communicatie en misschien was dat achteraf wel een stukje van dat ‘geheim van ons geluk’. We wisten dat de Stasi ons bewaakte, afluisterde, brieven meelas. En iedere keer als zich iets voordeed, zei ik tegen haar: ‘Ik bel de Nederlandse ambassade.’ Daar had ik een vaste contactpersoon. Elke keer als ik hem belde, losten problemen op”, aldus Lex.

Heidrun: “Er is bij mij ingebroken.” Lex: “Ik bel de ambassade.” Een dag daarna bleek ‘ineens’ de buit terecht. Behalve een filmpje in de fotocamera van Lex.

Op het hoogtepunt van vertwijfeling – in de wetenschap dat een huwelijksaanvraag jaren kon duren – schreef Lex koningin Beatrix. DDR-leider Honecker kwam op staatsbezoek en de vorstin zou hem ontvangen. “Ik vroeg beleefd om onze zaak onder de aandacht te brengen”, zo vertelt Lex. “We wanhoopten op sommige momenten, schreven elkaar dagelijks brieven en ik bezocht haar zo vaak ik kon, meestal een keer per maand. Ze schreef me: ‘Iedereen vindt ons verhaal zo mooi… Het klinkt ook romantisch. Dat is zo. Maar ik zou het niemand aanraden. Het is toch geen leven zo? Er is op dit moment niets zo zwaar als zonder jou te zijn. Tot gauw’.”

Ze ergerde zich in een andere brief openlijk aan de geheime dienst, omdat die ineens de brieven van Lextegenhield en ze was bang dat dat nog maar het begin zou zijn. “Zo langzamerhand word ik woest. Wie heeft de brieven? Dat is zo gemeen, zomaar post tegenhouden”, aldus Heidrun.

Lex belde de ambassade. Daarna kwam mijn post weer aan.

We wisten dat de Stasi ons bewaakte, afluister­de, onze brieven meelas

De Antrag auf Eheschliessung kreeg onverwacht snel goedkeuring, ze trouwden in september. Op 1 november 1987 moest Heidrun haar land verlaten. Of eerder.

“Niets leek ons nog tegen te kunnen houden. Dachten we. Tot de Staatssicherheit Heidrun opzocht. Het was nog maar een paar dagen tot haar uitreis en de Stasi verzocht haar om een gesprek, met Lex erbij. “We wisten dat de Stasi dit soort momenten gebruikte om spionnen te ronselen. Dat ging vaak zo: ‘Uw broer heeft een bakkerij, uw vader heeft geloof ik een auto. U zult ze vast missen, u wilt zeker dat het goed met ze blijft gaan en misschien zelfs af en toe bij u op bezoek mogen.’”

Heidrun: “De Stasi was bij me. Ze willen een gesprek met jou erbij.” Lex: “Ik bel de ambassade.”

De geheime dienst is die dag niet gekomen.

In een roestige Mercedesbus met een accuprobleem (dat Lex in Berlijn ontdekte) begonnen ze op die eerste november in 1987 aan de reis naar Nederland. De grenswachten bij grensovergang Marienborn waren verrassend snel met het stel klaar. “Ze lieten ons gaan. Ik trok op met het busje. We begaven ons nog steeds in de grenszone, passeerden uitkijktorens met grenssoldaten en verrekijkers, weer iets verderop het hoogbenige monument met helemaal bovenin een graankrans, hamer en passer, de symbolen van de DDR. Nog weer iets verder: West-Duitsland. Bij het eerste tankstation stopten we. Ik liet de motor draaien, uit angst niet meer te kunnen starten. We stapten uit, eventjes maar, om het moment te omarmen”, zo vervolgt Lex.

Heidrun belde haar ouders vanuit een telefooncel. “Mama, we zijn in de Bondsrepubliek.”

Het was twee dagen na de val van de Muur. “Bij de grensovergang Marienborn reden ons Trabantjes tegemoet in een oneindige colonne. Iedereen wilde de grens over, gewoon kijken, en dan weer terug. Wij reden andersom. De dag ervoor had ik op mijn werk niet eens hoeven uitleggen dat ik nu toch echt meteen weg moest. De file richting DDR was minstens zo indrukwekkend. De grenssoldaat die ons controleerde keek schuin naar het gele kenteken van onze auto en schudde zijn hoofd: ‘Moet u uitgerekend vandaag…?'”
“Ja”, zeiden zij. “Uitgerekend vandaag.”

“Onze twee dochters vroegen steeds weer naar wat er in ‘het jaar dat jullie elkaar hebben leren kennen’ is gebeurd. Mijn herinneringen begonnen te vervagen. Er komt vast nog een moment dat ‘alles’ weg is, bedacht ik. Dus besloot ik om een boek te schrijven. Oplage: twee stuks. Nou ja, een paar meer, voor familie en vrienden. Op lang niet alle vragen die nog open lagen vond ik antwoord. Wel dat de koningin zich persoonlijk om onze zaak heeft bekommerd. Haar verzoek aan de ambassade in Oost-Berlijn was om haar op de hoogte te houden en te berichten hoe het afgelopen was.”

“Dertig jaar na de val van de Muur, 9 november 2019, kan ik haar vraag beantwoorden: het gaat ons goed!”

Voor het artikel, overgenomen uit het AD, is geput uit het boek ‘Aan de andere kant van de Muur’.

Geef een reactie