Speurtocht naar miljarden van Honecker gaat door

Dat de economie van de voormalige DDR een Duits zorgenkind is, spreekt voor zich. De Altlasten van het reëel existerende socialisme – de inefficiënte bedrijfsvoering en de verhulde werkloosheid, het achterstallig onderhoud aan infrastructuur en onroerend goed, het museumrijpe machinepark, de dramatische bodemvervuiling – vergen van de Duitse staatskas jaarlijks miljarden aan saneringskosten. Dat alles wil niet zeggen dat de DDR een arm land was.

Althans niet kapitaalarm. Het vermogen van de DDR berustte natuurlijk bij de partij van Erich Honecker, de SED. Jaarlijks vloeide alleen al 700 miljoen mark aan ledencontributie in de partijkas. Om dat vermogen is al veel te doen geweest. Want waar is al dat geld? In ieder geval niet met Honecker meegegaan in zijn graf. De voormalige DDR-leider klaagde begin jaren negentig dat het pensioen dat hem toe zou komen, niet naar de Chileense ambassade in Moskou zou worden overgemaakt.

Waar dan wel? Tegen een man die er meer van moet weten, de ouddeviezenmakelaar van de DDR, Schalck-Golodkowski, die miljarden aan SED-kapitaal via verhulde SEDfirma’s in het buitenland zou hebben weggesluisd, heeft jarenlang een onderzoek gelopen, dat zo ingewikkeld was dat er een parlementaire enquete-commissie voor in het leven werd geroepen.

Vast staat ook dat een deel van het vermogen naar de erfgenaam van de SED vloeide: de PDS-partij, de partij van democratisch-socialisten die in de huidige bondsdag is vertegenwoordigd en onder leiding stond van Gregor Gysi, de geslepen oud DDR-advocaat en verdediger van dissidenten. Gysi heeft altijd ontkend dat de PDS via een verborgen boekhouding SED-kapitaal zou hebben achtergehouden, maar die bewering kan nu niet langer volgehouden worden.

Na het volhouden van Gysi heeft een van zijn vroegere vice-voorzitters, Wolfgang Pohl, na een vijf maanden slepend proces en met gevangenisstraf voor ogen, besloten een boekje open te doen.

Pohl gaf namelijk toe dat hij in de nazomer van 1990 een bedrag van 107 miljoen mark uit de PDS-partijkas naar Moskou heeft laten overboeken, op de rekening van een Sowjet-firma met de naam Putnik. Hij had daarmee gehandeld, zei hij, in de geest van de door het bestuur besloten strategie, die erop gericht was het SED-PDS vermogen te redden voor de dreigende onteigening. Al in december 1989 had de toenmalige SED-PDS een commissie aangesteld die na wegen moest zoeken ‘de politieke actieradius van de partij’ materieel veilig te stellen.

Over details van de gevonden uitweg via transacties naar het buitenland (waarbij overigens naast Moskou, ook Bocholt, Oslo en Utrecht werden genoemd) zweeg Pohl. Wel zei hij dat ook de PDS-partijtop te kennen had gegeven liever niet van die details op de hoogte gesteld te worden: om later te kunnen zeggen dat men van niets geweten heeft.

De transacties waren in strijd met een verandering in de partijwet die op 1 juni 1990 in de DDR was aanvaard. Volgens die wetswijziging waren zulke transacties alleen mogelijk met toestemming van een onafhankelijke partijcommissie. Na de ontdekking van de illegale overboeking zijn de 107 miljoen mark overigens teruggestort op de rekening van de Treuhand, de holdingmaatschappij die van staatswege de opdracht had de DDR-economie te saneren.

Dat mag dan een klein succes heten in de speurtocht naar ‘de Honeckermiljarden’, vragen zijn er nog te over. Bijvoorbeeld in hoeverre naast de PDS-leiding ook de leiding van de toenmalige communistische partij van de Sowjet-Unie betrokken was bij de ‘reddingsactie’ van het SED-vermogen. Was Gorbatsjow bij een financieel schandaal betrokken?

Overigens houdt niet alleen de vermogenserfenis van de SED de gemoederen bezig. In Bonn is ook een conflict ontstaan over de nalatenschap van de andere DDR-partijen, de zogenaamde ‘blokpartijen’ van CDU en LDPD, die zich in 1990 bij hun Westduitse christendemocratische en liberale partijgenoten aansloten.

De blokpartijen – meelopers die de DDR een pluralistisch tintje moesten geven – bezaten zeker tweeduizend panden en kantoren die vanaf 1990 allemaal in de verkoop zijn gegaan en waarvan de opbrengst (die in de miljarden liep) voor de helft in de kas van bondsminister van financiën Waigel (CSU) vloeide. Bovendien zou aan CDU en FDP zijn aangeboden een aantal partijgebouwen voor een zacht prijsje over te nemen. Deze ‘schandalige bevoordeling’ – aldus een woedende afgevaardigde van de sociaaldemocratische SPD – werd door de regering in Bonn heftig ontkend, maar het sluimert anno 2020 nog steeds.

Geef een antwoord