Met een zelfgemaakte onderzeeër de vrijheid tegemoet

De scheepselektronica-technicus Walter Gerber uit Rostock ontwikkelde en bouwde in 1980 een van de weinige eenmansonderzeeërs in de geschiedenis van de ontsnappingsgeschiedenis van de DDR. De SED-rechterlijke macht legde hem een ​​draconische straf op en vernietigde zijn leven.

Na dertien jaar avondschool staat de radiomechanicus Walter Gerber in 1976 op het punt om af te studeren in de micro-elektronica. Vervolgens chanteerde de Stasi hem. Ofwel rapporteert hij over de omgang met vertrouwelijke en geheime informatie in de VEB Schiffselektronik Rostock, ofwel slaagt hij er niet in af te studeren. Walter Gerber ondertekent de verbintenisverklaring. Dan moet hij rapporteren over collega’s. Hij probeert te weigeren, maar wordt aan zijn verplichting herinnert. Walter Gerber ziet maar één uitweg: ontsnappen.

Met een nooit eerder vertoond voertuig, waarop de grenswachten niet zijn voorbereid, wil hij via de Oostzee ontsnappen. Het idee van de eenmansonderzeeër ontstaat. De garage wordt een scheepswerf. Het is gelegen in het midden van de Rostock Südstadt.

“Ik had een bassin nodig waar ik het kon verstoppen en uitproberen. … ik verwijderde een betonnen plaat van 2 x 1 m van de betonnen vloer. Hiervoor moest ik het ene gat naast het andere boren over een lengte van 6 meter en dat in een 10 centimeter dikke vloer. Ik moest mezelf heel erg kwellen. Het moest ook stil zijn. Ik groef meer dan 2 kubieke meter aarde en verwijderde die. … Toen heb ik de muren van beton gemaakt. “…, aldus Walter Gerber uit een brief die hij in augustus 1980 schreef.

Na een jaar van plannen en bouwen was de onderzeeër in juli 1980 klaar om getest te worden. Walter Gerber vult het dompelbad met 2.000 liter water. Hiervoor neemt hij twee dagen vrij. Hij haalt het water uit de nabijgelegen Kringelgraben. Dan zwemt de onderzeeër voor het eerst. Ondanks de gevulde dompeltanks en loodaccu’s zinkt hij niet diep genoeg. Walter Gerber heeft leidingen nodig. Hij rijdt door het land, koopt overal vislood en smelt het in repen. In augustus 1980 acht hij zijn onderzeeër klaar voor gebruik.

12 augustus 1980: ’s avonds glijdt Walter Gerber de onderzeeër met het laadapparaat van rails, rollen en lier op de trailer. Hij bedekt het met een zeildoek. Om 22.00 uur gaat hij naar de Breitling. Hij wil de onderzeeër ten zuiden van het ‘Schnatermann’-restaurant loslaten. De onverharde weg is echter zo drassig dat hij in de modder blijft steken. Hij koppelt de aanhanger los en draait hem met de hand. Met moeite bereikt hij de landweg.
13 augustus 1980: Walter Gerber arriveert om 01.00 uur bij de ‘Schnatermann’. Hij zet een zelfgemaakte metalen tafel in het water, de instaphulp. Hij glijdt van de onderzeeër, bergt persoonlijke bezittingen op en klimt in de onderzeeër. Zijn lichaamsgewicht zet de boot op de grond. Walter Gerber herhaalt de startpogingen op verschillende plaatsen, maar overal is de Breitling te vlak. In zijn wanhoop gooit Walter Gerber de hele loden ballast buitenboord. Na drie uur geeft Walter Gerber het op. Helemaal uitgeput verbergt hij zijn onderzeeër rond 06.00 uur in zijn garage.

Walter Gerber verwijdert de watertanks. Het interieur wordt een ballasttank waarin Walter Gerber gaat zitten. Ter bescherming tegen vocht en kou wil hij in een luchtbed zitten dat aan de bovenzijde is ingesneden. Hij omhult delen van het elektrische systeem met isolatiemassa.

27 augustus 1980: Om 01.00 uur rijdt Walter Gerber naar Stove bij Wismar. Hij glijdt de onderzeeër het water in en stapt zelf in. Het moet nog enkele meters zwemmen. Hij schroeft vervolgens de kap dicht en start de ‘libel’. De onderzeeër vertrekt. Maar de vreugde duurt maar kort: het loopt steeds uit de hand, hij vaart enkel in cirkels. Diep teleurgesteld breekt Walter Gerber
om 04.00 uur de tweede ontsnappingspoging af. Hij laat de onderzeeër overstromen in de hoop dat hij zal zinken. Vakantiegangers vinden het ’s ochtends.

Walter Gerber wil nu via Hongarije naar Oostenrijk vluchten. Eind september 1980 wordt zijn reisaanvraag goedgekeurd. Hij stopt twee verrekijkers, een kompas, een camera en persoonlijke spullen in zijn Wartburg. Hij verbergt 80 DM en 5 negatieven van de onderzeeër in een condensator van de autoradio.
Op 1 oktober 1980 om 13.30 uur bereikt hij de douane-inklaring in Bad Schandau. Zonder opgaaf van redenen wordt Walter Gerber zes uur lang gecontroleerd en verhoord. In de gevangenentransporter Barkas wordt hij vervolgens naar het detentiecentrum van de Rostocker Staatssicherheit gebracht.
Tegelijk met Walter Gerber wordt ook zijn vrouw Ingrid ondervraagd en worden hun appartement en kelder doorzocht. De Stasi vindt de constructietekeningen in de kelder.

Op 23 maart 1981, de verjaardag van zijn dochter Stefanie, opent de rechtbank van Rostock het proces tegen Walter Gerber. Vrouw Ingrid Gerber en dominee Schnauer moeten de rechtszaal verlaten. Het proces wordt een farce. Rechter Unger en officier van justitie Garbe beledigen Walter Gerber keer op keer als staatsmisdadiger.
Twee dagen later wordt het vonnis uitgesproken: 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf.

Na 4 jaar en 10 dagen gevangenisstraf slaagt de overheid van de Bondsrepubliek erin Walter Gerber vrij te kopen. Op 10 oktober 1984 mag hij het land verlaten. Twee maanden later krijgt het gezin ook een uitreisvergunning.
De familie Gerber heeft 12 jaar in Lübeck gewoond. De voormalige politieke gevangene werd ziek met een zeldzame ongeneeslijke hersentumor. Walter Gerber overlijdt op 17 juni 1998.

Geef een antwoord