‘Wie wil opvallen?’

Verhalen uit de DDR, vooral die van onervaren jeugd in hun kindertijd, kunnen alleen onder constante druk worden verteld om het beeld te rechtvaardigen. Dit is een dubbel dilemma, aangezien het leven onder het socialisme niet vrij was van uitleg. Het pad van opgroeien in de DDR naar visualisatie van vandaag de dag leidt vaak van de regen in de drup. Dat was al het geval met het scenario van Thomas Brussig voor de film ‘Sonnenallee’, die paradigmatisch werd voor de invloed van Oost-Duitse kinderpatronen van de Christa Wolf-kleinkindgeneratie. Brussig was erin geslaagd een ironische kijk te geven op de DDR-paradox en tegelijkertijd op de kunstgreep, het minderwaardigheidscomplex van zijn figuren als rock- en pop- coolnessverklaringen. In de epiloog moest dit zelfvertrouwen echter weer worden verstoord door het universele sprookjesachtige karakter: ‘Ik was jong en verliefd.’

Sindsdien is het sprookje een optie om de dreigende aantijgingen te vermijden. Ze ontmoet de lezer in het voorwoord van ‘Klein land. grote Muur’, een inleiding tot de DDR door de Berlijnse journalist David Ensikat. “Het land waarin ik ben opgegroeid had de misleidende naam ‘Duitse Democratische Republiek’, kortweg DDR. Het was Duits, deze DDR, dat is zeker. Het was geenszins een democratische republiek. Maar ik vond het destijds niet zo erg. Ik heb een goed leven gehad in deze DDR, een gelukkige jeugd, een goede jeugd.”

Hieronder behandelt Ensikat alle relevante aspecten van het bestaan ​​van de DDR. Zaken en overheid, oppositie en Stasi, de Muur en het Westen – alles verschijnt in korte hoofdstukken van maar liefst 200 pagina’s en wordt aangevuld met nog kortere portretten van schijnbare fenotypen van de respectievelijke sectie, die op het eerste gezicht een aantrekkelijke mix van prominentie lijken te zijn (Modrow, Merkel , de Maizière) en insidefiguren (Werner Zeuke, Hans-Dieter Fritschler, Adolf Hennecke). Het lezen van ‘Klein land, grote Muur’ blijkt echter zeer onbevredigend. Dit komt niet alleen door het gebrek aan inhoud, maar ook door de onhandige en platte stijl van Ensikat, waarvan de algemene argumenten – ‘Wie wil opvallen?” – ontwikkel weinig overtuigingskracht’. ‘De DDR voor iedereen die er (niet) was’ is de titel van het boek.

David Ensikat ontduikt de beschuldiging van sentiment door middel van een objectieve maar saaie geschiedschrijving. Buiten het voorwoord zegt hij maar één keer ‘ik’ (als het op school aankomt). Sascha Lange uit Leipzig lijkt, net als Ensikat-zoon van een cabaretier, van een ander kaliber. Al in de eerste paragraaf van zijn herinneringen ‘DJ Westradio’ – gericht aan de ‘Neu-Leipziger’, die waarschijnlijk uit het Westen komt – maakt hij in hoofdletters duidelijk: Het referentiepunt van zijn DDR-kindertijd en jeugd in de zuidelijke buitenwijk heet niet Focke-, maar Scherbelberg. Je accepteert dat.

Wat het verslag van Lange over ‘Mijn gelukkige DDR-jeugd’ zo moeilijk te verdragen maakt, is pronken met een jeugd die bevoorrecht was dankzij de kerk, West-oma’s en ‘Bravo’-zorg. Lange blijft zichzelf trots definiëren door middel van zijn Depeche Mode- posters, waarbij zelfvertrouwen wordt verward met opscheppen. Hij is dus niet bang om de lezer in schijnbare superioriteit te domineren: “Heb je van je ouders een kapsel van Dave Gahan laten knippen? Met geschoren zijkanten, drie millimeter haar? Mijn ouders hebben zelfs de kapper betaald, en die van jou?”

‘DJ Westradio’ had heel goed een interessant boek kunnen zijn over een DDR-jeugdcultuur beïnvloed door het Westen maar gevormd naar het Oosten in de jaren tachtig. Maar breakdance en Depeche Mode-Begeisterung, punkers en neo-nazi’s dienen bij Lange slechts als folies van een narcistische privatisme die er niet in slaagt te erkennen dat in het Westen ‘The Power of Love’ van Frankie Goes To Hollywood nauw danste en vele bijnamen gaf. Enthousiasme voor vrienden Thümi, Nauni of Triebi is voor niet-ingewijden net zo interessant als berichten van andermans bijeenkomsten.

Het is veelbetekenend dat de druk om de ‘geheime Duitse burger’ lange tijd te rechtvaardigen vanwege de exclusieve levensomstandigheden die nog steeds van invloed zijn op de auteur – wanneer het Westen er plotseling is voor iedereen na de Wende. Terwijl Lange aanvankelijk afstand nam van de Ostalgie-shows, bekent hij uiteindelijk dat hij zich pas thuis voelt na een reis naar het buitenland als hij eenmaal de Duits-Duitse grens is overgestoken. Uiteindelijk wordt de mimiek van West-Duits de sentimentaliteit van de in de Sperrgebiet wonende mensen.

Boek DJ Westradio

Boek Klein land. grote Muur

Geef een reactie