Het laatste slachtoffer van de Berlijnse Muur vloog zijn dood tegemoet

De wind is gunstig, dus besluit hij te gaan. In een zelfgemaakte ballon wil Winfried Freudenberg naar West-Berlijn vluchten. Het noodlot slaat toe als zijn vrouw aarzelt. Freudenberg zal het laatste slachtoffer zijn dat de Muur eist, vandaag 31 jaar geleden.

Op het allerlaatste moment raakt de 23-jarige Sabine Freudenberg in ­paniek. Haar 32-jarige man Winfried heeft zich al vast­gemaakt aan de ballon die hen over de Berlijnse Muur moet voeren. Maar de ballon vult zich te langzaam met gas en de politie nadert. ‘Snel, stijg op’, roept Sabine. ‘Nee, kom mee’, schreeuwt Winfried. Sabine: ‘We blijven samen hier, we leven nog. Dat is het belangrijkste.’ Winfried stijgt toch alleen op, en vaart de dood tegemoet.

Het is 8 maart 1989, acht maanden en één dag voordat de Muur valt en daarmee de deling van Berlijn ten einde komt. Winfried Freudenberg is het laatste slachtoffer van een poging om de hoofdstad van de communistische Duitse Democratische Republiek (DDR) te verruilen voor het vrije West-Berlijn. Meer dan 130 landgenoten vóór hem haalden de andere kant niet sinds de muur in 1961 door de DDR-autoriteiten was opgetrokken. De meeste slachtoffers werden in het niemandsland tussen Oost en West doodgeschoten door ­Vopos, agenten van de Volkspolizei.

‘Niemand had er rekening mee gehouden dat de Muur zou vallen’, zegt Winfrieds broer Reinhold Freudenberg vele jaren later tegenover De Volkskrant. ‘Niemand kon erin geloven. Honecker (DDR-leider, red.) had in ­januari 1989 nog gezegd dat de Muur honderd jaar zou blijven staan. Voor Winfried moet dat een aansporing zijn geweest, want het was een ondraaglijke gedachte.’

‘Het kan niet waar zijn, het mag niet waar zijn’, denkt Sabine op de avond van 9 november 1989. Ze ziet dan de aankondiging van de DDR-machthebbers op de Oost- en West-Duitse tv: burgers mogen naar West-Duitsland reizen. Ab sofort, meteen. Als versteend neemt ze de boodschap in zich op.

‘Alles kwam weer boven: de dood van haar man enkele maanden eerder, de vertwijfeling aan het begin van de ballonvaart, haar onmiddellijke gevangenneming door de Stasi. Het was een traumatische ervaring’, zegt de Berlijnse schrijver Caroline ­Labusch, die in het voorjaar van 2019 het boek Ich hatte gehofft, wir können fliegen over de tragedie publiceert. Het is goeddeels gebaseerd op gesprekken met de ­ weduwe van Winfried, die zelf pas na publicatie overweegt te praten met de pers. Decennialang stond Sabine journalisten slechts sporadisch te woord.

Labusch is al jarenlang gefascineerd door het verhaal van de dodelijke vlucht en de drijfveren van het echtpaar Freudenberg. Het leverde een toneelstuk op (2015) en een radiodocumentaire (2017), een reconstructie op basis van vele gesprekken en stapels documenten. Ze heeft inmiddels een goed beeld gekregen van de vrouw die ‘ambivalent’ stond tegenover de vluchtpoging. In de radio­documentaire had Sabine al gezegd: ‘Ik was niet enthousiast. Ik wilde bij hem zijn, we wilden verder samen ­leven.’

Geef een reactie