80 jaar geleden in der Tagesspiegel: De handdruk die vrijheid kostte
Tachtig jaar terug speelde zich in Duitsland een politieke strijd af die de koers van het land voor decennia zou bepalen: de gedwongen fusie van de SPD en de KPD tot de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED). Der Tagesspiegel, toen nog een jonge krant, koos opvallend duidelijk positie in dit conflict — niet partijgebonden, maar wel partijdig voor de democratie.
De les uit Weimar en de hoop op een nieuw Duitsland
In het naoorlogse Duitsland leefde breed het besef dat de verdeeldheid van de arbeidersbeweging in de jaren dertig de opkomst van extreemrechts had vergemakkelijkt. Socialisme was in 1946 geen schrikbeeld, maar een toekomstvisie die zelfs binnen de jonge CDU weerklank vond. Toch maakte der Tagesspiegel een scherp onderscheid: alleen de ‘oprechte democraten onder de socialisten’, zoals medeoprichter Erik Reger het noemde, verdienden steun.
Toen duidelijk werd dat de fusie van SPD en KPD in de Sovjetzone niet het resultaat zou worden van debat, maar van druk en machtsuitoefening, ging de krant in de tegenaanval.
Een krant kiest positie
Reger schreef dat het ‘voor een onafhankelijke krant geen alledaagse stap’ was om zo uitgesproken partij te kiezen. Maar de omstandigheden lieten volgens hem geen andere keuze: de krant moest ruimte bieden aan degenen die leden onder ‘Zentralausschüsse’ zonder democratische legitimiteit.
Der Tagesspiegel pleitte voor een fusie die alleen via democratische middelen tot stand kon komen. Voor de SPD in de westelijke zones, onder leiding van Kurt Schumacher, betekende dat: eerst afzonderlijk deelnemen aan de verkiezingen om de krachtsverhoudingen helder te krijgen.
De Berlijnse SPD kiest: geen fusie
In Berlijn, waar in oktober 1946 de eerste vrije verkiezingen sinds de dictatuur zouden plaatsvinden, drongen sociaaldemocraten als Franz Neumann aan op een ledenreferendum. Dat kwam er — zij het alleen in West-Berlijn — op 31 maart 1946. De uitslag was glashelder: 82 procent tegen een onmiddellijke fusie.
Toch zetten Wilhelm Pieck (KPD) en Otto Grotewohl (SPD) hun koers door. Op 21 en 22 april 1946 bezegelden zij in de Admiralspalast de oprichting van de SED met een symbolische handdruk. Naast hen zat Walter Ulbricht, die vanuit Moskou de fusie had versneld.
Stemmen van verzet in de kolommen van der Tagesspiegel
Tot dat moment bood de krant ruim baan aan sociaaldemocraten die zich tegen de fusie keerden. Een van hen was Karl Germer, die samen met zijn gezin tijdens de oorlog antinazistische pamfletten had verspreid. In zijn bijdrage ‘Ich darf nicht schweigen’ (24 maart 1946) richtte hij zich fel tot de fusievoorstanders:
Jullie dwalen als jullie denken dat wij jullie hebben aangewezen tot leiders van de Duitse arbeiders. Jullie hebben in twaalf jaar niets geleerd, anders zouden jullie Hitler niet in zoveel opzichten navolgen.”
Germer schreef in der Tagesspiegel omdat de SPD-krant Das Volk hem geen ruimte gaf — zelfs niet als voormalig uitgever van die krant.
‘Kampf um die Freiheit’: journalistiek als democratische plicht
Ook journalist Klaus-Peter Schulz, zelf SPD-lid en later parlementariër, waarschuwde in maart 1946 voor de manier waarop de fusie werd doorgedrukt. Niet de fusie op zich, schreef hij, maar de methode was ‘schokkend’ en riep de vraag op of democratische overtuiging nog leefde ‘in de harten en hoofden van mensen, of slechts in de fraseologie van partijapparaten’.
Een handdruk die een tijdperk inluidde
De handdruk van Pieck en Grotewohl markeerde het begin van de SED — en daarmee van een nieuw eenpartijstelsel in de Sovjetzone. Voor velen die tijdens het naziregime al in verzet waren gegaan, voelde het als een nieuwe vorm van onvrijheid. De Tagesspiegel koos destijds bewust de kant van de democratische minderheid. Acht decennia later herinnert deze episode eraan hoe belangrijk onafhankelijke journalistiek is wanneer politieke druk toeneemt.

