Trabi-dief bleef acht jaar lang onopgemerkt

Iedereen die in de DDR een Trabi wilde, moest geduld hebben. Het kon wel zeventien jaar duren voordat de splinternieuwe, langverwachte auto eindelijk voor de deur stond. In 1987, twee jaar voor de val van de Berlijnse Muur, waren er meer dan drie miljoen voorbestellingen. Sneller bij een Trabant komen was bijna hopeloos. Waar de directie van de maaidorser en de DDR-regering geen vat op kregen, maakte een VEB-medewerker in Zwickau inventief.

De Trabant rolt sinds 1958 van de lopende band bij VEB Sachsenring in Zwickau. Thomas B., die er sinds zijn jeugd als slotenmaker werkte, profiteerde van de schaarste van de DDR. Gedreven door financiële problemen besloot hij een Trabant uit de fabriek te stelen. Wat eigenlijk een eenmalige actie zou moeten zijn, bleek voor Thomas een luxe bijverdienste.

“In eerste instantie wilde ik gewoon mijn inkomsten verbeteren. Toen ik me echter realiseerde hoe snel en gemakkelijk het is om geld te verdienen, bleef ik stelen.”

De fabriek in Zwickau was nauwelijks te controleren door de productie, die verspreid was over drie locaties. Thomas B. herkende het zwakke punt van het bedrijf en smeed een slim plan. Hij legde tijdens de pauze zijn eigen kentekenplaat op een van de gloednieuwe Trabi’s en wachtte af. Wanneer het transportvoertuig de nieuwe auto’s dan buiten bedrijf wilde rijden, maakte hij van de gelegenheid gebruik. Thomas B. ging achter de vrachtwagen staan ​​en reed met de chauffeur mee naar de uitgang van het fabrieksterrein. Nu lag het moeilijkste deel voor hem. Hij moest de wacht van het bedrijf overwinnen. Samen naderden ze de slagboom, deze ging zoals gepland open en liet het transportvoertuig passeren. Thomas B. zat opgewonden in de Trabi. Het was spannend of de bewakers de slagboom zouden sluiten en of hij een pasje moest laten zien.

Zoiets gebeurt echter niet. De poging om de slagboom weer te sluiten om Thomas B. onder controle te krijgen was te groot voor de bewakers. Men zwaaide naar hem zonder de voertuigdocumenten te controleren. Hij aarzelde niet en verliet het fabrieksterrein. Thomas B. deed het. Hij was vervolgens de eigenaar van een nieuwe Trabant. Binnen een paar minuten kreeg hij waar andere DDR-burgers al decennia geduldig op zaten te wachten.

Om niet op te vallen parkeerde hij de nieuwe Trabant in een nabijgelegen zijstraat, keerde terug naar de fabriek en werkte tot het einde van de dag door. Slechts enkele uren later haalden hij en een ingewijde vriend de Trabi op. De diefstal bleef in de dagen en weken die volgden onopgemerkt. De reden: Er was onvolledige controle. Aangespoord door het uitblijven van consequenties, ging hij verder.

Thomas B. handelde niet impulsief. Hij verkoocht de gestolen Trabbis niet rechtstreeks, maar reedt ze weken later naar werkplaatsen ver weg. De medewerkers waren er bekend mee en hielpen hem de herkomst van de auto’s te verhullen. Samen demonteerden ze de chassisnummers van de gestolen Trabants en vervingen ze door de borden van oude voertuigen die klaar stonden voor de sloop. De gestolen auto’s waren nu ‘omgekat’ met geldige papieren.

De kopers hadden geen idee en legden graag de koopsom voor de spiksplinternieuwe Trabant op tafel. De samenwerking tussen Thomas B. en de mensen in de werkplaatsen wierp zijn vruchten af.

De slotenmaker stal in totaal 24 Trabis van de staatsbedrijfsfabriek en gebruikte deze methode om ze onder de mensen te verdelen – een bijzaak met een goede opbrengst. Hij maakte dure vliegreizen en leefde acht jaar op grote voet. Zijn naasten werden sceptisch. Waar haalde Thomas B. het geld vandaan voor de dure luxegoederen die hij constant kocht? In april 1988, acht jaar na zijn eerste diefstal, werd hij eindelijk ontmaskerd.

De 41-jarige werd gearresteerd. Zijn proces was niet zomaar iets, want de bestolen staat nam de zaak bijzonder serieus. In de rechtbank van Karl-Marx-Stadt werd het oordeel geveld. De uitspraak was bedoeld om toekomstige dieven af ​​te schrikken en het belang van de grootste autofabrikant van de DDR voor de economie te onderstrepen. De dief Thomas B. kreeg de hoogste straf die er was voor diefstal van socialistisch bezit: tien jaar gevangenisstraf. Na de val van de Berlijnse Muur werd deze straf gehalveerd tot vijf jaar als onderdeel van de toegepaste amnestie. De uitspraak van de rechtbank had ook gevolgen voor de nietsvermoedende kopers. Ze moesten allemaal hun Trabis inleveren bij VEB Sachsenring.

Behalve Trabis waren er in de DDR nog veel andere goederen die bij de burgers in het dagelijks leven ontbraken. Vooral bij kleding, meubels, beddengoed, vlees, worst, groenten en fruit waren de knelpunten in de aanvoer groot. De staatsbedrijven die deze goederen produceerden, wisten dat sommige werknemers zo nu en dan diefstal pleegden. Ze gebruikten de gestolen goederen voor hun eigen voorraad of om ze op de zwarte markt te verkopen.

Zelfs als Trabi-diefstal een andere orde van grootte had dan het laten verdwijnen van snoep in een jaszak, was het een voorzienbaar gevolg van de DDR-economie. Want waar een tekort is, daar is talent voor organisatie en improvisatie.

Geef een reactie