Hoe blut was de DDR?

Gerhard Schürer was de belangrijkste man van het DDR Planbureau. Zijn analyse van de economische toestand van de DDR in 1989 baarde opzien – hoewel hij later enkele details heeft herzien.

Op 31 oktober 1989 presenteerde het hoofd van de Centrale Planningscommissie van de DDR, Gerhard Schürer, het SED Politburo een geheim rapport over de economische situatie in de DDR, dat later beroemd zou worden onder de naam ‘Schürer-Papier’. Het rapport had als titel: ‘Analyse van de economische situatie in de DDR met conclusies’. De aanbieder van deviezen Alexander Schalck-Golodkowski, de adjunct-directeur van de DDR-staatsbank Edgar Most en de minister van Buitenlandse Handel Gerhard Beil hadden meegewerkt aan het rapport van Schürer.

Schürers analyse was meedogenloos en deprimerend voor het nieuwe staats- en partijleiderschap onder Egon Krenz: volgens Schürer was de schuld van de DDR in het niet-socialistische valutagebied gestegen tot een niveau dat de solvabiliteit van de DDR in twijfel trok. De DDR stond op de rand van insolventie, dus het was failliet. De schulden in het Westen bedroegen in totaal 49 miljard mark, ongeveer 26 miljard dollar.

In het geval van een nationaal bankroet zei Schürer dat de DDR onder auspiciën van het Internationaal Monetair Fonds zou moeten gaan, aangezien er geen hulp van de Sovjet-Unie te verwachten was. Dit pad was echter nauwelijks haalbaar, aangezien het onaanvaardbare eisen van het Internationaal Monetair Fonds zou bevatten, zoals het afzien van interventie door de staat in de economie, de privatisering van bedrijven, het beperken van subsidies, enz. “Alles moet ermee worden gedaan. Dat wordt op deze manier vermeden”, vatte Schürer het voorzichtig samen.

Maar wat te doen? Schürer schilderde sombere scenario’s: “Alleen al het stoppen van de schuldenlast in 1990 zou een verlaging van de levensstandaard met 25-30 procent vereisen en de DDR onbestuurbaar maken”. Het enige levensvatbare idee dat bij Schürer opkwam, was om de federale overheid nieuwe leningen te vragen en in ruil daarvoor een aanbod om de Muur op middellange termijn te ontmantelen. De urgentie hiervoor was echter groot, legde Schürer uit, want als de DDR-burgers eenmaal de eis tot ontmanteling van de Muur onder de knie hadden, zou de SED deze optie natuurlijk uit de hand hebben genomen.

Het document van Gerhard Schürer werd als vanzelfsprekend beschouwd als bewijs van het staatsbankroet van de DDR. Enkele jaren later werd al bewezen dat essentiële uitspraken in de analyse, in het bijzonder over de schuldenlast van de DDR in de westelijke staten, niet overeenkwamen met de feiten en dat de presentatie globaal was gedramatiseerd. De buitenlandse schulden van de DDR waren bijvoorbeeld lang niet 49 miljard, zoals Schürer beweerde, maar – zoals blijkt uit een balans van de Deutsche Bundesbank uit 1999 – slechts 19,9 miljard mark.

Historici zijn het er vandaag de dag over eens dat het Schürer-document geen faillissementsverklaring was, maar eerder een hartstochtelijke oproep van de auteurs aan de nieuwe staat en het partijbestuur om uit de crisis te komen. “Er was een hoger liggend doel”, herinnert Edgar Most zich: “We wilden druk uitoefenen op de opvolger van Erich Honecker, Egon Krenz, en hem duidelijk maken dat we compleet nieuw moeten denken.”

In 1990 corrigeerde Gerhard Schürer zelf zijn analyse van oktober 1989: “De buitenlandse schuld van de DDR was met 20,3 miljard DM meer dan de helft lager dan we in oktober 1989 meldden.”

Foto: dpa

Geef een antwoord