Trabis op de Grossglockner in Oostenrijk

Dertig jaar geleden bestormden DDR-burgers na de val van het IJzeren Gordijn de hoge Alpenweg naar de Grossglockner met hun Trabis. Hiervoor is nu een aparte tentoonstelling. In het tentoonstellingscentrum aan de Franz-Josefs-Höhe in Heiligenblut (Karinthië) worden verschillende versies van Trabants tentoongesteld.

Tot een goede 2.400 meter boven zeeniveau was het geen gemakkelijke reis met de tweetaktmotoren en plastic carrosserieën. Na Venetië was de Grossglockner de populairste bestemming voor Oost-Duitsers met nieuwe reisvrijheid. Na de corona-crisis wil GROHAG-baas Johannes Hörl nu meer Duitse bezoekers trekken met de nieuwe tentoonstelling: “De geschiedenis herleeft. Destijds waren duizenden mensen uit Oost-Duitsland op zoek naar vrijheid. Dat speelt na deze kortdurende crisis weer.”

Niet alle auto’s overleefden de bergpas in Oostenrijk ongedeerd: “Ze kwamen ook in de greppel terecht en bleven aan de rand. De ÖAMTC (Oostenrijkse ANWB, red.) had veel te doen bij technische storingen en slepen. ”Het grootste probleem voor de Trabis aan de Glocknerstrasse was bergaf rijden omdat de tweetaktmotoren vrijwel geen remwerking hadden”, zo vertelt Johannes Hörl.

De Trabis zijn nu te zien in verschillende versies op drie verdiepingen in het tentoonstellingscentrum van Franz-Josefs-Höhe. De show blijft, net zoals de bergpas, open tot eind oktober van dit jaar. Het is gepland voor meerdere jaren.

Foto: Graessl Bernhard

Geef een antwoord