Manfred Krug: Een leven tussen kunst, controverse en twee Duitslanden
Manfred Krug (1937–2016) groeide uit tot een van de meest veelzijdige en geliefde Duitse kunstenaars van de twintigste eeuw. Hij was acteur, zanger, schrijver en bovenal een markante persoonlijkheid die zowel in de DDR als in de Bondsrepubliek een onuitwisbare indruk achterliet. Zijn levensverhaal weerspiegelt de politieke breuklijnen van zijn tijd, maar ook de veerkracht van een kunstenaar die zich niet liet vastpinnen door grenzen of regimes.
Jeugd: van Duisburg naar de DDR
Krug werd geboren in Duisburg op een carnavalsmaandag, als zoon van Rudolf en Alma Krug. Zijn vader werkte in de staalindustrie en verhuisde met het gezin meerdere keren voor betere kansen. Tijdens de oorlogsjaren verbleef Manfred afwisselend bij zijn ouders en zijn grootmoeder, waarbij hij onder meer een zwaar bombardement op Duisburg meemaakte. De naoorlogse periode bracht hij grotendeels door in Duissern, waar hij de lagere school bezocht.
Na de scheiding van zijn ouders bleef hij bij zijn vader wonen. In 1949 verhuisden vader en zoon naar Leipzig, dat inmiddels deel uitmaakte van de pas opgerichte DDR. Deze verhuizing zou bepalend worden voor Krugs verdere leven en carrière.
Opleiding en eerste stappen in de kunst
In de DDR volgde Krug een opleiding tot staalsmelter in Brandenburg an der Havel. Een ongeluk met vloeibaar staal bezorgde hem het litteken op zijn voorhoofd dat later zijn uiterlijk zou kenmerken. Tegelijkertijd werkte hij aan zijn toekomst: hij haalde zijn diploma via de avondschool en begon een studie aan de Staatliche Schauspielschule in Berlijn. Hoewel hij die opleiding niet voltooide, werd hij in 1955 aangenomen als leerling-acteur bij het prestigieuze Berliner Ensemble van Bertolt Brecht. In Oost-Berlijn woonde hij in een woongroep met onder anderen schrijver Jurek Becker, die een van zijn belangrijkste vrienden zou worden.
De DDR‑jaren: roem, rebellie en repressie
De periode die Krug in de DDR doorbracht, vormt het hart van zijn artistieke ontwikkeling én van zijn politieke conflict met het regime. Het is een fase waarin hij uitgroeide tot een nationale ster, maar ook tot een kritische stem die uiteindelijk niet langer werd geduld.
Filmster en publiekslieveling
Vanaf 1957 verscheen Krug in talloze DDR‑films en televisieseries. Hij speelde vaak ruwe, non-conformistische personages — misdadigers, rebellen, jonge arbeiders — die goed aansloten bij zijn charisma. Zijn doorbraak kwam met Fünf Patronenhülsen (1960), een film die hem nationaal bekend maakte.
In 1966 speelde hij de hoofdrol in Spur der Steine, waarin hij een eigenzinnige brigadeleider vertolkte. De film werd echter na drie dagen uit de bioscopen gehaald omdat hij te kritisch werd bevonden. Pas tijdens de Duitse hereniging, ruim twintig jaar later, mocht het publiek hem opnieuw zien.
Zanger met een eigen stem
Naast zijn acteerwerk bouwde Krug een succesvolle carrière op als jazzzanger. Zijn samenwerking met componist Günther Fischer leverde in de jaren zeventig meerdere albums op, waarop hij subtiel gecomponeerde chansons en schlagers zong. De teksten schreef hij vaak zelf, onder het pseudoniem Clemens Kerber. Zijn interpretaties van jazzstandards, zoals Es steht ein Haus in New Orleans, werden klassiekers in de DDR.
Zijn optredens tijdens de populaire avonden Lyrik – Jazz – Prosa maakten hem tot een publieksfavoriet. Vooral zijn voordrachten van Die Kuh im Propeller en Der Flaschenzug bleven iconisch door zijn expressieve vertelstijl.
Botsing met het regime
Ondanks zijn populariteit kwam Krug steeds vaker in conflict met de DDR‑autoriteiten. De breuk werd onvermijdelijk toen hij in 1976 een protestbrief ondertekende tegen de uitwijzing van zanger en dissident Wolf Biermann. Het regime reageerde met een gedeeltelijk beroepsverbod. Voor een artiest die gewend was aan constante aanwezigheid op het scherm en op het podium, was dit een zware klap.
Na een half jaar zonder werk vroeg Krug een uitreisvisum aan. In juni 1977 mocht hij de DDR verlaten. Tot aan zijn vertrek werd hij nauwlettend gevolgd door de Stasi, iets wat hij later uitvoerig beschreef in zijn autobiografie Abgehauen (1996). Het boek biedt een indringend beeld van het dagelijkse leven in de DDR en van de druk die op kunstenaars werd uitgeoefend. De verfilming uit 1998 maakte zijn verhaal toegankelijk voor een breed publiek.
Nieuwe start in West-Duitsland
Na zijn vertrek vestigde Krug zich in West-Berlijn, waar hij zijn carrière vrijwel naadloos voortzette. Hij werd een van de meest herkenbare gezichten op de West-Duitse televisie.
Televisiesucces
Zijn rol als vrachtwagenchauffeur Franz Meersdonk in de serie Auf Achse (1977–1992) maakte hem geliefd bij een breed publiek. De opnames brachten hem naar verre locaties zoals Zuid-Afrika en de Atacamawoestijn.
Nog groter werd zijn populariteit als advocaat Robert Liebling in Liebling Kreuzberg, waarvan de scenario’s deels door Jurek Becker werden geschreven. Zijn vertolking van commissaris Paul Stoever in Tatort (1984–2001) leverde hem 41 afleveringen op en een vaste plek in de Duitse tv‑geschiedenis.
Muziek en literatuur
Ook in het Westen bleef Krug zingen. Oude DDR‑opnames werden opnieuw uitgebracht, en hij nam nieuwe muziek op, onder meer met zijn dochter Fanny. Zijn laatste concert gaf hij in 2016.
Als schrijver publiceerde hij succesvolle autobiografieën, waaronder Mein schönes Leben (2005), en een verhalenbundel. Zijn humor, zelfspot en scherpe observaties maakten hem tot een geliefd auteur.
Reclame, privéleven en overlijden
Krug verscheen in diverse reclamecampagnes, onder andere voor Pan Am, Advocard en de Deutsche Telekom. Vooral zijn rol in de Telekom‑campagne bleef omstreden; later noemde hij het een van zijn grootste fouten.
Hij was sinds 1963 getrouwd met Ottilie en had drie kinderen. In 2003 werd bekend dat hij nog een buitenechtelijk kind had. Krug overleed in 2016 op 79‑jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking.
Een kunstenaar tussen twee systemen
Manfred Krug belichaamde de culturele geschiedenis van Duitsland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn DDR‑jaren waren bepalend: ze vormden hem als acteur, zanger en mens, maar confronteerden hem ook met de grenzen van artistieke vrijheid onder een autoritair regime. Zijn overstap naar het Westen maakte hem tot een symbool van persoonlijke en artistieke onafhankelijkheid.
Zijn nalatenschap leeft voort in films, muziek, boeken en in de herinnering van miljoenen Duitsers die met hem zijn opgegroeid — aan beide kanten van de voormalige grens.

