SED-slachtoffers hebben nog steeds hulp nodig

Zelfs meer dan 30 jaar nadat de Stasi ermee ophield, hebben hun slachtoffers nog steeds hulp nodig, volgens een Berlijnse commissaris ‘om in het reine te komen met de SED-dictatuur’. De vraag naar steun uit het ontberingsfonds is nog steeds erg groot, zegt Tom Sello in de hoofdstad. De aanleiding voor zijn verklaringen was de 31e verjaardag van de bestorming van het Stasi-hoofdkwartier in Berlijn op 15 januari 1990. “Zelfs vandaag de dag bevinden veel slachtoffers zich in een precaire positie waaruit ze zonder hulp niet kunnen ontsnappen”, zegt Sello. Met de bestorming van het hoofdkwartier van de Stasi in Berlijn was het belangrijkste machtsinstrument van de SED er eindelijk uitgehaald.

Veel mensen bleven echter lijden onder de economische en gezondheidsgevolgen van de vervolging door de communistische dictatuur. Berlijners die politiek werden vervolgd in de Sovjetbezettingszone of in de DDR, die later werden gerehabiliteerd en die momenteel in een bepaalde economische noodsituatie verkeren, kunnen steun krijgen uit het ontberingsfonds van de staat.

Er is mogelijk hulp bij opleiding en bijscholing, medische maatregelen of verbetering van de mobiliteit. Het noodfonds dekt de lopende kosten niet. Volgens de informatie beslissen de verwerkingsverantwoordelijke en een adviesraad over de toekenning van de fondsdiensten.

De adviesraad bestaat uit de DDR-oppositionele Evelyn Zupke en de voormalige politieke gevangene Mario Röllig. Voor de jaren 2020 en 2021 is jaarlijks 100.000 euro beschikbaar voor het fonds.

Geef een antwoord