DDR voor bijdehandjes: Het tegenovergestelde van verveling

Wat verstond de DDR-burger onder de kroning van Erich? Waarom bestond er geen biljet van 1.000 mark in de DDR? Welk gebouw heette in de volksmond Tränenpalast? Wie noemde zichzelf Clemens Kerber (een beetje hulp: de man was nauw verbonden met Manfred Krug)?

Slechts vier van de vele vragen die een bijdehandje natuurlijk direct kan beantwoorden.

Zelfs geen voormalige DDR-bijdehandje? Nou, dan heeft Mirko Krüger dit boekje waarschijnlijk niet voor niets geschreven.

‘DDR für Klugscheißer. Populäre Irrtümer und andere Wahrheiten’ is zojuist gepubliceerd door Klartext, de huisuitgever van de Thüringen-mediagroep, waar de auteur als journalist werkt. De publicatie barst tussen de twee verjaardagen – 30 jaar na de val van de Berlijnse muur en 30 jaar Duitse eenheid – en sommigen vragen zich misschien af: zijn er niet genoeg boeken over de DDR in omloop?

Maar als je dit juweeltje leuk vindt, het heeft maar 100 pagina’s, maar ze hebben het allemaal!, valt het in je handen, je reikt ernaar en begint er spontaan doorheen te bladeren.

Natuurlijk weet iedereen die in de DDR woonde wat ze bedoelden met ‘vitamine B’, hoe de held van de socialistische wederopbouw heette en waarom Walter Ulbricht het ‘Ja, ja, ja!’ wilde verbieden. Maar er zijn nu generaties die de verloren toestand alleen van horen zeggen kennen, en er zijn er ook die het alleen van de Westerse televisie weten.

Juist, betweters bestonden ook in het Westen. Soms kom je ze nog steeds tegen en kun je ze herkennen doordat ze proberen de DDR aan je uit te leggen.

De auteur is geboren in 1963 in Erfurt en maakt het ons niet gemakkelijk. Krüger is tegen generalisatie, vereenvoudiging en elke vorm van nostalgie. Hij noemt onrecht bij naam. En weigert de Duitsers te benoemen als ‘Ossis’ en ‘Wessis’. Waarom? Omdat naar zijn mening deze termen begrenzen en uitsluiten. En als het waar is dat de geschiedenis door winnaars wordt geschreven, dan moet men zich tenminste afvragen wie de ‘winnaars’ zijn in de val van de DDR: ‘Heeft het kapitalistische Duitsland de socialistische overwonnen? Of hebben niet al die burgers die in 1989/90 hun vrijheid hebben gewonnen de overhand gehad?’

Maak je geen zorgen, verkeerslichtmannen en betaalbare huren, slechte economie en bewaking, veilige banen en ontslagen – dit alles is ook te lezen in het nieuwe boek van Krüger, maar meestal een beetje anders dan je zou verwachten. Krüger geeft feiten, maar niet zwart-wit. Hij laat de tegenstellingen zien en schrapt wat clichés.

Bijvoorbeeld dat mensen in de DDR veiliger leefden alleen omdat er in officiële statistieken minder misdaden waren dan in werkelijkheid. Dat Günter Schabowski niet zo willekeurig handelde toen de opening van de grens op 9 november 1989 werd aangekondigd, zoals algemeen werd aangenomen. En dat de Trabi, soms verachtelijk ‘karton’ genoemd, helemaal niet van karton was gemaakt, maar een thermohardende body had.

Krüger sprenkelt anekdotes die vaak meer over het dagelijks leven vertellen dan welk geschiedenisboek dan ook. Die van Udo (Lindenberg) en Honey (Erich Honecker) mag natuurlijk niet ontbreken. Ook al mist hij de DDR niet, Krüger herinnert zich graag de tijd tot 1989. “De jaren in de DDR blijven een deel van mijn leven”, zegt hij. “Ze vormen me nog steeds. Je ontkent je afkomst niet.”

Het heeft hem ook cultureel en miljoenen anderen gevormd. De lijst met Defa-films die hij als voorbeeld noemt, kan ook van mij zijn: ‘De moordenaars zijn onder ons’, ‘De verdeelde lucht’, ‘De legende van Paul en Paula’ en ‘Solo Sunny’. Hij raakt ook het lef met de cultsongs: “Am Fenster” van City en “Mont Klamott” van Silly. En Pankow’s ‘verveling’ staat voor het tegenovergestelde van verveling.

Het boek is online verkrijgbaar.

Geef een antwoord