Vakantie-podcast: Berlijn – deel 1

Op 9 november 1989 ging de Berlijnse Muur open. Dertig jaar later lijkt die muur een relict uit het verleden. Maar de gevolgen van dat breukmoment in 1989 zijn nog altijd voelbaar.
Schrijver Piet de Moor en Klara-eindredacteur Karen Billiet gaan op pad in Berlijn en praten met Berlijners over hun leven voor en na 1989. Gedurende de maand juli is op deze site wekelijks een aflevering te horen.
Vandaag deel 1: Hoe het tot een verdeling in Berlijn kwam.

Het huis waar de Amerikaanse president Harry S. Truman toen verbleef, staat er nog altijd. De plek is beladen met geschiedenis, want hier gaf de Amerikaanse president de opdracht om de atoombommen te gooien op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. Terwijl hij in Potsdam was om over de situatie in Europa te praten, zat hij dus ook met zijn hoofd bij de oorlog in het Oosten.

Duitsland werd verdeeld in vier zones: een Russische, een Amerikaanse, een Britse en een Franse. Berlijn vormde een eilandje binnen de Russische zone. De stad werd opgesplitst in vier sectoren, eentje voor elke bezettingsmacht.

Na de Conferentie van Potsdam groeiden de geallieerden steeds meer uit elkaar. In 1948 kwam het een eerste keer tot een harde confrontatie. Sovjet-leider Stalin was misnoegd over de invoering van een nieuwe munt in de westelijke zones. Hij blokkeerde de toegangswegen naar Berlijn. Dat was het begin van de luchtbrug, waarbij goederen per vliegtuig naar West-Berlijn gevlogen werden.

In 1949 werden twee Duitse staten opgericht. De westelijke bezettingszones werden samengevoegd tot de Bondsrepubliek Duitsland (BRD), en de Russische bezettingszone werd de Duitse Democratische Republiek (DDR). Binnen de DDR bleef er een klein eilandje liggen dat onder Westerse invloedssfeer stond: West-Berlijn.

In de loop van de jaren vijftig verlieten steeds meer mensen de DDR. Dat deden ze meestal via Berlijn, waar je vrij kon bewegen van Oost naar West. De buitenlandse ‘voogden’ van Duitsland – de USSR en de VS op kop – snakten naar een uitweg uit die troebele situatie. Op 15 juni 1961 zei de Oost-Duitse leider Walter Ulbricht nog tijdens een persconferentie dat er geen plannen waren om een muur te bouwen.

Achter de schermen waren de voorbereidingen voor de bouw van een muur volop aan de gang. De Amerikaanse president John F. Kennedy had laten verstaan dat er voor hem ‘three essentials’ waren: West-Berlijn heeft het recht om te bestaan, er is vrije toegang tot West-Berlijn en de Westerse machten mogen militair aanwezig zijn in West-Berlijn.

Zolang daaraan niet getornd werd, zouden de Westerse machten zich niet bemoeien met wat er in Oost-Berlijn gebeurde. Ze grepen dus niet in toen middenin de nacht op Oost-Berlijns grondgebied een muur gebouwd werd.

De Berlijners waren het kind van de rekening. Families en vrienden werden 28 jaar lang uit elkaar gehaald.

En dat leverde absurde situaties op. Het gehucht Klein Glienicke hoorde tot Oost-Duitsland, maar lag op het grondgebied van West-Berlijn. De inwoners van Klein Glienicke leefden tot 1989 in een veredelde openluchtgevangenis.

Beluister hier de podcast, deel 1:

Geef een reactie